Aan Mans zijn nieuw boordje (wijze: Zie de maan...) 

In de Schoolstraat staat een winkel 
Vol met boordjes, groot en klein 
Bij Mans thuis werd snel besloten: 
Bij Fok Been, daar moet je zijn!

Refrein: 
	Mans stapt nu maar altijd heen,   ) 
	Met een boordje van Fok Been!    ) bis
 
Op een donk're, natte avond,
Tegen sluiting, om acht uur, 
Trok vriend Mans dus naar de winkel, 
Kocht een boordje, niet te duur. 

(Refrein)

Mans die zag een aardig boordje
Zei tot Fok: Geef die maar op, 
Als de boord niet al te mooi is
Past hij wel bij mijnen kop!
 
(Refrein)

Dat de boord twee duim te groot was 
Daaraan heeft Mans nooit gedacht,
Thuis werd hij door pa en broeder
Moe en zusjes opgewacht.

(Refrein)

Mans trad vriend'lijk lachend binnen,
Moeder zei: Pas nu maar snel
Mans deed 't boordje om zijn hals heen 
Epie zei: "Die past je wel.
 
(Refrein)

Maar toen Roel na alle etter 
Mans weer onderscheiden kon, 
Maakte hij, dat zich al spoedig 
Een gesprek van Mans ontspon.
 
(Refrein)

Mans zijn boord werd zeer gehekeld 
Niets ervan was ook maar goed 
Mans, 'k geloof, het is het beste 
Dat j'em aan je opa overdoet!
 
(Refrein)


Roel = Roel Arends welke ontstoken ogen had gehad
Epie = zusje van Mans

Dit "lied" is het allereerste, dat door mij gezongen werd in het openbaar, n.l. in de Drachtster tram. 
Het succes was groot! Bij een poging mij op de schouders te heffen, scheurde het kruis van de broek! 
(Gedicht ± 1934/35) 

(naar boven)